Biesbosch.

Biesbosch.

Het was in 1973 dat mijn manschappen en ik rondliepen in de Biesbosch, 40 mannen, soldaten, sergeanten en ik, de vaandrig. Twee weken oefening onder de bezielende leiding van leden van onze commandogroep Roosendaal. Deze twee weken verliepen niet vlekkeloos, er was een verborgen agenda van mijn hoogste leidinggevende, de commandant, ik noem hem nu even Fanatiek. Fanatiek moest na deze oefensessie bevorderd worden naar een hogere rang dus “Alle hens aan dek”. Of te wel: iedereen zet zijn beste beentje voor om “onze kapitein” zijn bevordering te laten binnen halen. Natuurlijk deed ook ik, leider van een peloton soldaten en onderofficieren, mijn stinkende best. Toch kon ik deze week niet de “bevorderingslijn Fanatiek” volgen vanwege mijn eerlijkheidsgevoel, wat dat ook moge zijn. Mijn kapitein, commando, werd niet bevorderd, waarschijnlijk vanwege mijn redelijkheidsgevoel, wat dat ook moge zijn.